Column Cees Jan - Drie regels die altijd gelden

Uitgelicht op: 22-11-2017 om 10:46 in: Deelnemers

Daar sta je dan: nog geen bevoegdheid, maar wel een hoop enthousiasme. Maar dan kijken dertig paar 3-havo-ogen je aan en wordt het duidelijk dat je nog een hele hoop te leren hebt. Na het eerste jaar te hebben volbracht was het tijd om eens kritisch terug te kijken naar wat er nu veranderd is. Het eerste wat me opviel was mijn eigen houding in de klas. Waar ik voorheen alleen maar vanuit een (dacht ik toen) vanzelfsprekende autoriteit handelde in de klas, zie ik nu een andere leraar staan. Ik zie iemand die nog steeds streng is, maar ook meer een mens is. Iets wat vorig jaar soms ver te zoeken was.

Dit gebeurt niet zomaar, veel van de leerlingen ken ik van vorig jaar. Echter, de nieuwe klassen leren mij kennen als docent met drie regels: 1. Geen telefoons over de drempel, 2. Als ik praat ben je stil en 3. Je hebt altijd je spullen op orde/bij je. Verder gebeurt er van alles in mijn lessen. Er wordt gezongen, muziek geluisterd, geroddeld, maar gelukkig ook gewerkt, geleerd en gepraat over de belangrijke vragen in het leven.

Dat klinkt natuurlijk enorm fijn, meer persoonlijkheid laten zien. Orde houden vanuit relatie. En ook de nodige lol omdat je gewoon lacht om de dingen die je grappig vindt. Hier zit alleen ook een keerzijde aan. Want: als je je openstelt laat je niet alleen je toffe kanten en leuke dingen zien. Je leerlingen zien ook je zwakke en minder leuke aspecten, iets waar ze feilloos weet van nemen. Wanneer je wat mindere dagen hebt, hebben ze de munitie om het net dat beetje lastiger te maken. Maar waar dit vorig jaar waarschijnlijk ook was gebeurd, zie ik dit jaar een klas die dan wel even de draak met je steekt, maar daarna toch aan het werk gaat.

Er gaat een telefoon af in de klas, ik hoor hem trillen op een tafel. Geërgerd kijk ik op van de uitleg die ik aan een leerling aan het geven ben. “Wiens telefoon gaat daar af?” zeg ik door de klas. Dan schrik ik even, het is mijn eigen telefoon die bijna van mijn bureau af trilt. Op dat moment kon ik twee dingen doen. Ik kan zeggen dat wij als docenten aan andere regels gehouden worden dan de leerlingen. Of ik houd me aan één van mijn eigen drie regels. Ik kijk een van mijn leerlingen aan en vraag zonder blikken of blozen of hij mijn telefoon wil inleveren bij de directeur, want docenten hebben geen jaarlaaghoofd.

De klas reageert wat geschokt. Wat is dit voor raars? Waarom laat u uw telefoon inleveren, meneer? Ik kijk de klas aan en leg uit dat mijn regels niet alleen voor hen gelden. Ze beginnen met lachen, ik lach mee, en één van de leerlingen krijgt de slappe lach. Tien minuten tot buikpijn toe lachen later, probeer ik de klas weer aan het werk te krijgen. Met een lach op hun gezicht wordt er nog huiswerk gemaakt tot het einde van de les. Met een telefoonbriefje in mijn hand kijk ik tevreden de klas in. Toch wel leuk, leraar zijn.