Column Koen - Nieuwe docent, nieuwe school, nieuw onderwijs

Uitgelicht op: 28-11-2017 om 09:25 in: Deelnemers

“Wat hebben we het volgende uur?”
“Meneer, ik heb mijn boek niet bij me…”
“Ik had een 8,5 voor mijn vorige toets, ik was zo blij!”
“Ah meneer, kunt u alsjeblieft geen huiswerk geven?”

Dit zijn typische voorbeelden van uitspraken die leerlingen in Nederland dagelijks naar de hoofden van hun leraren slingeren. Herkenbaar voor elke leraar, van de onderwijsveteraan tot het kersverse groentje.

Behalve voor mij.

Dit jaar is mijn tweede jaar op en van het Cartesius 2, een nieuwe school in het centrum van Amsterdam. Sinds de oprichting in 2016 doen wij – de vijftien docenten die er werken – ons uiterste best leerlingen goed voor te bereiden op het hoger onderwijs en op een leven lang zelfsturing. Daarvoor doen wij dingen anders dan op de meeste middelbare scholen. Zo hebben leerlingen geen vakken, maar thematische modules die per periode wisselen. Deze modules – met namen als ‘Identiteit en subjectiviteit’, ‘Formeel Denken’ en ‘Programmeren’ – maken de docenten zelf. Hierbij geven docenten les in duo’s. Ter afsluiting van een module geven wij geen cijfers, maar beoordelingen: Basis, Gevorderd of Expert en eventueel een eXcellent als een leerling een aanvullend verdiepend, versnellend of verbredend project heeft gedaan.

Een les op het Cartesius 2 ziet er dan ook anders uit dan op de meeste middelbare scholen. Twee docenten staan samen op een twee keer zo grote groep: ergens tussen de 45 en de 56 leerlingen. Elke leerling heeft een eigen device (laptop of tablet) waar hij of zij de lesbrief met instructies en opdrachten op leest. De les duurt 2,5 uur (een dagdeel), zodat leerlingen maar twee modules hebben op een dag en om 15.00 uur lesvrij zijn. In de ochtend gaat hier een half uur dagopening aan vooraf waarbij de leerlingen hun mentor spreken, ze een planning voor de dag maken of de actualiteit bespreken. Van 15.00 - 16.30 uur kunnen leerlingen op school eventueel overgebleven werk afmaken onder begeleiding van de docenten – huiswerk geven doen we niet.

Samen met mijn collega Sandra (biologiedocente) geef ik de module ‘Heelal: inleiding in de natuurwetenschappen’ aan de twee tweedeklassen die onze school telt. Uitgangspunt van de module is om een basis in de natuurwetenschappen te bieden via het thema heelal. Hierbij proberen we te werken vanuit naïeve vragen die leerlingen (kunnen) hebben over het heelal. Hoe groot is het heelal? Waarom hebben we seizoenen op aarde? Bestaat er buitenaards leven? De leerinhoud en beoordelingscriteria bepalen we van tevoren en we wisselen werkvormen, toetsen en productieopdrachten af om leerlingen op verschillende manieren de stof te laten verwerken.

Dat klinkt mooi, zo’n ideaal. In de praktijk is het een grote uitdaging om deze module – onervaren als ik ben – van de grond af aan op te bouwen. Hoe bepaal je wat leerlingen moeten leren? Hoe ga je checken of ze dat ook geleerd hebben? En, dringender nog: hoe houd je vijftig leerlingen 2,5 uur lang bezig? Sandra en ik zoeken elke week weer naar antwoord op deze vragen. Dat wij de enige twee bètadocenten op school zijn, helpt ook niet. De vrijheid die we hebben, is bij vlagen duizelingwekkend – net als de hoeveelheid werk die dat met zich meebrengt. Onderwijsidealen heb ik genoeg, maar tijd om ze allemaal uit te werken helaas niet. Dat mijn (onze) lessen dan ook lang niet altijd overeenkomen met wat ik in mijn hoofd heb, vind ik soms moeilijk te verkroppen.

Toch is het fantastisch om op een nieuwe en vernieuwende school te werken. Mijn veertien collega’s zijn stuk voor stuk idealisten (en vaak net zo groen als ik) die hun beste beentje voorzetten om de school met mij op te bouwen. Diepe gesprekken over onderwijs worden afgewisseld met keiharde grappen (“Wie heeft jou verteld dat je al mag lesgeven, Koen? Ga maar weer vegen.”) die de sfeer gemoedelijk houden. Nooit had ik gedacht dat ik vanaf het begin met zulke toegewijde collega’s, onder zulke uitdagende omstandigheden, zoveel van mijn onderwijsidealen mocht proberen te verwezenlijken.

En de leerlingen? Die weten niet beter dan dat de school een gezellige drukte is waar leraren met vallen en opstaan op hun manier les proberen te geven. En daarbij krijgen wij leraren dagelijks herkenbare uitspraken te verduren:

“Wat hebben we vanmiddag?”
“Meneer, ik heb mijn oplader niet bij me…”
“Ik had een Gevorderd voor Programmeren 3, ik was zo blij!”
“Ah meneer, krijgen we daar volgende les nog tijd voor?”

Het blijven leerlingen.