Column Lidewij - Onderwijsdroom

Uitgelicht op: 01-02-2018 om 11:47 in: Deelnemers

Nu ik erop terugblik, wist ik het eigenlijk altijd al. Ik zat in groep vier bij juffrouw Tonny. Op achtjarige leeftijd had ik weliswaar een rijke fantasie, maar de dagdroom die ik destijds had was niet bepaald onrealistisch en vulde mijn gedachtes die dagen continue. Mijn dag was niet compleet en ikzelf niet verzadigd, als ik dat ene moment in de klas niet had gehad. Dat ene contactmoment met het meest machtige voorwerp van ons lokaal. Het legergroene krijtbord: een kant mét lijntjes, een groot egaal middenvak én op de achterkant? Ruitjes… .

Op de momenten dat ik naar voren werd geroepen om een zinnetje te fabriceren op dat –in mijn ogen- monsterlijk grote bord, voelde ik steeds weer ontzettend machtig. De uitdaging een zin, in een rechte lijn, en zo mooi mogelijk, op dat bord te kalken vond ik waanzinnig. Met name op de momenten dat ik dit doeltreffend had weten te doen. Naast die fascinatie met dat stoffige krijtbord, had ik ook een aparte voorliefde voor rode pennen. Vooral wanneer ik haar mocht gebruiken voor het zetten van potsierlijke krullen. Of ik een opgave nou wel of niet voldoende had gemaakt, ik zette ze toch wel. Op m’n handen, bij anderen –zowel op iemands voorhoofd als in zijn of haar schriftje. Toch zette ik ze het liefste bij mezelf.

Ik kan me niet bijster veel herinneren van mijn kindertijd op de basisschool, maar wat me wel altijd is bijgebleven is het kringgesprek “wat ik later worden wil”. Tijdens dat gesprek vertelde ik, en mijn mede klasgenootjes, wat we later graag wilden worden. Je herinnert je het vast nog wel: de een wilde een brandweerman worden, de andere piloot, koorddanseres of leeuwentemmer. Ikzelf had al over heel wat beroepen nagedacht: van apotheker (omdat mijn vader dat was), tot aan werken bij de recherche omdat ik “De Cock: met C – O - CK” op de vrijdagavond 20:30u nauwlettend volgde. Toch sprak ik op achtjarige leeftijd een hele eerlijke wens uit.

Ik wilde namelijk graag juf worden. Niet omdat ik het onderwijs zo mooi vond óf om leerlingen iets bij te brengen over mijn toekomstige vakgebied óf hen te vormen tot goede burgers en te inspireren van de gebaande paden af te wijken. Nee. Ik wilde graag juf worden om de simpele reden dat ik zo iedere dag op mijn legergroene krijtbord zinnetjes mocht opschrijven en zoveel mogelijk rode krullen in mijn schriftje kon zetten.

Nu een kleine twintig jaar later verbaas ik me nog altijd over deze toekomstdroom. In de verschillende loopbaanperspectieven die ik vanaf mijn studententijd had, zat het onderwijs er niet tussen. Hoe we elkaar dan toch hebben weten te vinden, vind ik nog altijd een aardige speling van het lot. Hoewel ik het eerste jaar voor de klas staan als uiterst complex heb ervaren juíst vanwege de veelzijdigheid en de gehele uitdaging: de kunst van het eenvoudig en duidelijke spreken, de eerlijke en directe feedback van leerlingen, de waardigheid van het maatschappelijk betrokken te zijn en de trots die je zou moeten voelen bij uitoefenen van dit ambt. Gelukkig ben ik mijn kinderlijke visie en focus binnen de bovenstaande onderwijsgekte niet verloren: “Ik ga en blijf voorlopig krullen zetten en op  –dat nog altijd aanwezige krijtbord - voorbeeldzinnetjes schrijven”.